Wat is Hypnose? Hypnose, een vaak (maar ten onrechte) met de slaap vergeleken toestand van veranderd bewustzijn, in die zin dat er verhoogde aandachtsconcentratie bestaat in een zeer beperkt waarnemingsveld, nl. in relatie tot de hypnotiseur, gepaard met het (vrijwel) wegvallen van zintuiglijke ontvankelijkheid voor de gehele overige situatie en wegvallen van rationele of motorische reacties daarop. Men kan spreken van een gedissocieerde bewustzijnstoestand, waarin het bewustzijn sterk vernauwd en tegelijkertijd verhoogd is en de gehypnotiseerde in hoge mate en irrationeel onderworpen is aan en gevoelig voor aanwijzingen en suggesties van de hypnotiseur. Bij intensieve hypnose zijn zelfs normaliter aan de wil onttrokken zgn. autonome functies van de mens (zoals hartslagfrequentie, bloeddruk e.d.) toegankelijk voor suggestieve beïnvloeding. Ook kunnen tijdens de hypnotische ‘trance‘ handelingen worden opgedragen die na opheffing van de hypnotische toestand worden uitgevoerd, zonder dat de opdracht daartoe wordt herinnerd en waarbij deze in feite irrationele handelingen zelf, desgevraagd, ad hoc worden gerationaliseerd (posthypnotische suggestie). 1. MEDISCHE TOEPASSING In de tweede helft van de 18de eeuw was de ‘medische’ toepassing van hypnose, onder invloed van Franz Anton Mesmer, als ‘dierlijk magnetisme’ een tijdlang zeer populair. Mesmer e.a. beproefden ook narcose door middel van hypnose. De termen magnetisme en mesmerisme hebben in dit verband lange tijd een enigszins mystieke klank behouden (vgl. de ook heden nog aan zich magnetiseurs noemende kwakzalvers toegeschreven bijzondere en geneeskrachtige vermogens). In de 19de eeuw werd de hypnose (en daaraan verwante toestanden zoals somnambulisme, fugues, trancetoestanden, persoonlijkheidsdissociaties) verder bestudeerd en ook therapeutisch toegepast (Braid, Liébauld, Bernheim, later Charcot en via hem Freud, voor wie de hypnose een uitgangspunt zou worden voor het praktisch en theoretisch begin van de psychoanalyse; in Nederland Van Renterghem en Frederik van Eeden). 2. FUNDAMENTEEL ASPECT Het fundamentele aspect van de hypnose wordt bepaald door een intensieve, in feite irrationeel bepaalde, emotionele relatie tussen hypnotiseur en gehypnotiseerde, die zich zelfs ogenblikkelijk kan voordoen bij een bepaalde verwachting. Daarbij kan de hypnotiseur een sterke invloed op gedrag en psychisch functioneren van de gehypnotiseerde uitoefenen, bijv. om verdrongen belevenissen voor herinneren toegankelijk te maken en aldus eventueel te doen afreageren, of om hinderlijke, goeddeels psychogeen bepaalde symptomen, ook pijnen, uit de belevingssfeer, posthypnotisch ook, weg te werken. Zeer vele mensen zijn door in bepaald opzicht krachtige, zelfverzekerde persoonlijkheden min of meer goed hypnotiseerbaar. Een krachtig verzet tegen of scepsis omtrent eigen hypnotiseerbaarheid is lang niet altijd een waarborg voor onontvankelijkheid voor hypnose. Zgn. normale en gezonde mensen blijken over het geheel genomen gemakkelijker hypnotiseerbaar dan psychisch op een of andere wijze gestoorden. 3. THERAPEUTISCHE METHODE Hypnose als therapeutische methode vindt in het algemeen niet veel toepassing meer. Afgezien van een soms nuttige toepassing van enkele malen hypnose in het beloop van een psychotherapie, heeft een uitsluitende hypnotherapie slechts een zeer beperkte waarde als zelfstandige therapeutische methode. Een aparte vermelding verdient het gebruik van hypnose als middel om ‘verdrongen herinneringen’ op te halen. Uit onderzoek is gebleken dat hypnose de grens tussen realiteit en fantasie vervaagt. Door middel van hypnose opgediepte herinneringen kunnen daardoor ook herinneringsvervalsingen zijn. Het kan zeer schadelijk zijn als een therapeut een cliënt helpt te ‘herinneren’ dat hij of zij als kind seksueel misbruikt is.

powered in 0.01s by baseportal.com
Get your own Web Database - for FREE!